Verwarring als helpende hand voor de kunstenaar
VERWARRING ALS HELPENDE HAND VOOR DE KUNSTENAAR.
Een
bespreking van Hamlet en Action zoo humain: le Chicon.
Verwarring opent deuren.
Verwarring is de sleutel, zo
lijkt het. Verwar het publiek en plots zijn ze vatbaar voor de input van de
kunstenaar. De verwarring moet de katalysator zijn. De toeschouwers zijn
zinzoekende wezens. Ontneem hen alle houvast en ze zullen, onbewust, meteen
zoeken naar nieuwe. Dat is het moment waarop de kunstenaar stiekem zijn
boodschap als houvast moet aanbieden. Dan is het publiek weer gerust en kan ze
de boodschap braaf ingelepeld krijgen.
Een abstraherend voorbeeld. Ik
bekijk een modern kunstwerk, neem nu een kunstwerk van Tinguely, en de wilde
vormen en bruuske bewegingen brengen mij danig in verwarring. Ik krijg er kop
nog staart aan, tot ik het plaatje heb gelezen, waarna ik plots volledig mee
ben met het verhaal van de kunstenaar. Dit bordje is daarom niet noodzakelijk.
Het inzicht dat de kunstenaar wil geven, kan ook zonder het te verklappen met
een tekst, duidelijk worden.
Er waren dus twee elementen
prominent aanwezig in de voorstellingen die ik nu zal bespreken. Allereerst is
er de verwarring zelf, die zich voornamelijk toonde in doordachte onnozelheden
op de planken. Het tweede element is de houvast voor de toeschouwers. Een
verhaallijn kan een goede houvast zijn. Bij een gekend verhaal weet het publiek
wat er staat te gebeuren en kan haar verwarring dus proberen kaderen binnen een
bepaald universum. Een verhaallijn die niet op voorhand gekend is maar zich
vrij vlot ontvouwd is eveneens een goede houvast. Een andere optie is dat de kunstenaar
de toeschouwer bij de hand neemt en hem door de verwarring in de juiste
richting wijst.
HAMLET,
acteurs maken zich belachelijk.
Voor het eerst kwamen we dit
tegen bij Hamlet. Al van in het begin werd er op verwarring ingespeeld. Het
stuk begon met een dans van de koningin. Aan het eind van de dans excuseerde ze
zich bij het publiek om een slok water te gaan drinken. Weg met de magie van
het moment, welkom verwarring.
Het publiek kent het verhaal van Hamlet. Dit helpt alleen de
verwarring in de hand. Wat volgt is een mindfuck van een dik uur. Er wordt
trouw vastgehouden aan de verhaallijn en voor de rest gebeurt er van alles op
het podium, dat evenwel los van het verhaal had kunnen staan. De verwarring is
compleet. Het is duidelijk dat de acteurs onze focus willen verleggen van het
verwachtte Shakespeare naar een ander facet.
Dit leek te mislukken bij een
groot deel van het publiek. Een korte, hyper-sensuele scène met zijn moeder,
een beetje gekaffer op zijn vriendin en Hamlet heeft zijn boodschap meegegeven.
Of dat was toch de bedoeling. Weinigen zijn, dankzij deze voorstelling iets
wijzer geworden over de rol van de vrouwelijke figuren uit Hamlet.
Action
zoo humain: le Chicon, acteur maakt het publiek belachelijk.
Een grote, langharige, gezette figuur
danst over het podium. De muziek blaast je tegen de rug van je stoel. Uit het niets ontstaat er een keuken en
plots is overal witloof, le chicon, de verwarring.
Zijn begroeting brengt het
publiek weer op zijn positieve. Sympathieke figuur. Na het zaaien van een
ontzettende verwarring speelt de bizarre figuur plots de rol van redelijkheid
binnen zijn zelf gecreëerde chaos, het aangrijpingspunt bij uitstek voor het
publiek. De hele zaal sleurt hij zo mee in het verhaal van zijn leven. Zijn
levensverhaal bevat een boodschap die het publiek langzaam maar zeker binnen
gelepeld krijgt. Een enkele arme toeschouwer wordt zelfs uit het publiek
gehaald om mee uien te snijden. Dit zorgt voor een rechtstreekse betrokkenheid
van het publiek bij het verhaal en tevens voor een extra element van verwarring
(voornamelijk voor die ene arme toeschouwer).
Kenvermogens.
De rol van het publiek hier vrij duaal en bijna paradoxaal. Aan
de ene kant wordt het publiek geacht zich te laten meedrijven, ‘the suspension
of disbelief’ zoals ik het al eerder heb genoemd. Aan de andere kant hoort het
publiek zoekend te zijn. Je zou kunnen stellen dat hier ingespeeld wordt op wat
Kant de kenvermogens noemt. De mens kan niet objectief naar iets kijken, hij is
steeds vooringenomen door de kenvermogens en zal dus steeds subjectief kijken.
Dat is hier ook nodig. De kenvermogens moeten ervoor zorgen dat de toeschouwer
naar een onbegrijpelijk tafereel kijkt en meteen naar betekenis of zin zoekt. Alleen
als de toeschouwer zoekend is kan de kunstenaar de toeschouwer indoctrineren
met zijn ideeën.
Reacties
Een reactie posten