Posts

Les Bienveillantes

LES BIENVEILLANTES Het statuut van de kunst. De Holocaust: zes miljoen joden vermoord op industriële wijze, een vervolging van alles wat het menselijk ras verzwakt, een poging om goed te doen voor een eigen volk, een poging die faliekant mislukt is en het imago van een heel volk voor de rest van de geschiedenis verbrand heeft. Het fascisme: een hatelijke ideologie met grootschalig geweld tot gevolg. Alles moet in het werk worden gesteld om deze ideologie (of andere die haar kiemen in zich dragen) te onderdrukken. De schuld ligt bij het fascisme, niet bij het volk. Dit alles heb ik in de loop van mijn leven geleerd uit bijvoorbeeld geschiedenislessen. Dit weet ik allemaal. Geschiedenislessen, bestuderen van politiek, multicultureel onderzoek, etc. leren ons weten. De herinnering aan de vreselijke gebeurtenissen in het midden van de twintigste eeuw kan niet uit zichzelf voor eeuwig levendig blijven. De wetenschap omtrent waarom en hoe dit heeft kunnen plaatsvinden evenmin. ...

Verwarring als helpende hand voor de kunstenaar

VERWARRING ALS HELPENDE HAND VOOR DE KUNSTENAAR. Een bespreking van Hamlet en Action zoo humain: le Chicon . Verwarring opent deuren. Verwarring is de sleutel, zo lijkt het. Verwar het publiek en plots zijn ze vatbaar voor de input van de kunstenaar. De verwarring moet de katalysator zijn. De toeschouwers zijn zinzoekende wezens. Ontneem hen alle houvast en ze zullen, onbewust, meteen zoeken naar nieuwe. Dat is het moment waarop de kunstenaar stiekem zijn boodschap als houvast moet aanbieden. Dan is het publiek weer gerust en kan ze de boodschap braaf ingelepeld krijgen. Een abstraherend voorbeeld. Ik bekijk een modern kunstwerk, neem nu een kunstwerk van Tinguely, en de wilde vormen en bruuske bewegingen brengen mij danig in verwarring. Ik krijg er kop nog staart aan, tot ik het plaatje heb gelezen, waarna ik plots volledig mee ben met het verhaal van de kunstenaar. Dit bordje is daarom niet noodzakelijk. Het inzicht dat de kunstenaar wil geven, kan ook zonder het te verkl...

Het sublieme moet menselijk zijn

HET SUBLIEME MOET MENSELIJK ZIJN. Aan de hand van Immanuel Kant en Jean-François Lyotard. Kant. Volgens Kant is de mens niet in staat tot het creëren van een subliem kunstwerk. Het is iets dat de menselijke kenvermogens overstijgt. Een voorbeeld is een allesverwoestende natuurramp. Terror et fascinans. Het is een wonder om zoveel sneeuw te zien neerdwarrelen, nee neerstorten. De temperatuur die daalt tot ademwolken messen worden die met vlijmscherpe vrieskou de longen aan stukken rijten. De wind die aan de haal gaat met voertuigen, bomen en huizen. Maar ergens in dit alles vindt de mens een gevoel van rust. Een overgave. Ik heb hier niets mee te maken. Het sublieme volgens Kant is buiten het bereik van mensenhanden. Zij die proberen, kunnen niet meer dan een goede poging wagen. Iets subliems creëren zit er voor de mens niet in. Aan de verwoestende impact van het sublieme, zowel op materiële als mentale, is de mens geenszins schuldig. Dit stelt hem gerust. Geruststelling is ...

Individuele relaties met kunst (2)

INDIVIDUELE RELATIES MET KUNST (2) Aan de hand van GIP Emma Vandevelden en Helena Berg In een vorige post heb ik laten uitschijnen dat lijden de enige goede drijfveer is voor een kunstenaar. Zo volmondig ben ik het niet met Houellebecq eens. Ik denk alleen dat zijn theorie perfect past bij die vorm van lijden die ik heb besproken in mijn vorige post. Een kunstenaar die door onvermijdelijke maatschappelijke uitsluiting in de put raakt, schept vanuit een lijden dat hem is opgelegd. Een kunstenaar kan toch meer dan alleen scheppen vanuit een gevoel dat hem is opgelegd? Hier kom ik bij mijn tweede punt: het individu als motor voor de kunst. Gelukkig getrouwd  Het huwelijk tussen een kunstenaar en zijn kunstwerk is zonder twijfel iets bijzonders. Ik spreek hier van een huwelijk omdat ik denk dat dat de relatie beter beschrijft dan een soort ouder-kindrelatie. Er is immers veel meer aan de hand dan een kunstenaar die iets schept en het dan wat vorm geeft naar eigen goeddunken...

De relatie tussen de kunstenaar en zijn toeschouwers (1)

DE RELATIE TUSSEN DE KUNSTENAAR EN ZIJN TOESCHOUWERS (1) Aan de hand van Gadamer en Houellebecq. The suspension of disbelief Een kunstenaar mag van zijn toeschouwer slechts één ding verwachten. De toeschouwer moet wat zijn eigen realiteit is, kunnen omruilen voor de realiteit van de kunstenaar. Een man met een kroon op een podium, is een koning. Verdere vragen hoeven daar niet bij gesteld te worden. Op zich lijkt dit een simpele opdracht, maar dat blijft het niet. Wanneer de kunst probeert via een alternatieve werkelijkheid op een doek of een podium, kritiek te geven op de realiteit, moet een toeschouwer dit kunnen relateren aan die realiteit. Hier wordt er meteen van de toeschouwer verwacht dat hij deze link kan leggen. Door het tonen van een alternatieve werkelijkheid, die alleen kan begrepen worden door het uitschakelen van de eigen werkelijkheid, moet de eigen werkelijkheid beter begrepen worden. Dit is geen simpel proces en klinkt ergens als een soort escapisme. Een escapi...

Nietzsches handleiding voor de kunstenaar.

Nietzsches handleiding voor de kunstenaar.  Is er Nietzscheaans een onderscheid te vinden tussen kunstenaars, zoals er een te vinden is tussen mensen in het algemeen? Aan de ene kant zijn er de mensen die niet streven naar een betere versie van zichzelf. Aan de andere kant zijn er de mensen die dat wel doen, de mensen die geloven in het leven als absolute waarde. Zijn er kunstenaars die schoonheid produceren gewoon om schoonheid te produceren zonder idee van een absolute waarheid? Of moet je als kunstenaar aanhanger zijn van een absoluut kunstenaarsgeloof? Deze absolute waarheid is de basis. Een voorbeeld van een hogere orde is godsdienst. Godsdienst is vandaag de dag als absolute waarheid verdwenen. Volgens Nietzsche is de westerse mens niet meer capabel om in een hogere orde der dingen te geloven. Het onvoorwaardelijke geloof is stervende. God is dood. Nietzsche zet het leven zelf als absolute waarde centraal. Alles aan het leven moet de moeite waard zijn. Hier slaag j...

Plato en plagiaat

Ik vermoed dat Plato geen al te genuanceerde mening zou hebben over plagiaat. Het feit dat mensen er een probleem van maken dat iemand hun originele idee en hun unieke weergave zou stelen, is voor hem al een absurd iets. De ‘originele’ maker van het kunstwerk heeft iets afgebeeld. Wat hij of zij heeft afgebeeld is hoe dan ook ‘afgekeken’ van de oorspronkelijke idee. Of hier nog de tussenstap is gemaakt en de kunstenaar een afbeelding van een afbeelding van de werkelijke idee heeft gemaakt, doet er niet toe. Alles valt immers terug te brengen op één oorspronkelijke idee. Als je dit zo bekijkt is elke vorm van kunst op zich al plagiaat. Wat nu als iemand een afbeelding (Tuymans) van een afbeelding (Van Giels) (eventueel van een afbeelding: de mens in het algemeen) van de idee (de mens) maakt? Zoals de vorige zin al vrij duidelijk maakt, bevinden we ons in een eindeloos door te trekken lijn. Volgens mij doet het er voor Plato dus niet toe wie er wie plagieert. Op welke manier ku...